DEFINITIES
Artikel 1 1. Waar in het reglement gesproken wordt van:
    a. “Statuten” wordt bedoeld de statuten van de Watersportvereniging “Blinckvliet”, gevestigd te Zuidland.
    b. “Gebruiker” wordt daaronder verstaan degene die een ligplaats in de haven in gebruik heeft toegewezen gekregen van de vereniging, of op andere wijze van de faciliteiten van de haven gebruik maakt.
    c. “Lid” wordt het buitengewoon lid en het jeugdlid daaronder begrepen.
 
KANDIDATEN VOOR HET LIDMAATSCHAP
Artikel 2 1. Kandidaten voor het (jeugd)lidmaatschap van de vereniging moeten op een daartoe bestemd formulier worden voorgesteld door 2 leden. De Commissie van Introductie adviseert vervolgens het bestuur.
  2. De aanmelding dient vergezeld te gaan van een betaling volgens de tarievenlijst.
  3. De lijst met namen van kandidaten voor het lidmaatschap wordt gedurende 14 dagen ter inzage gelegd in het clubgebouw dan wel op andere wijze ter kennis gebracht van de leden. Leden kunnen binnen deze termijn reageren bij de Commissie van Introductie. Deze Commissie zal deze reacties onder geheimhouding onderzoeken. De adviezen van de Commissie en de daarop volgende besluiten van het bestuur worden zonder opgaaf van redenen ter kennis gebracht aan de leden. Een afgewezen kandidaat kan eenmaal maar niet eerder dan een jaar na de afwijzing opnieuw als kandidaat worden geïntroduceerd. Het staat de kandidaat echter vrij om zich tussentijds terug te trekken; dit zal niet als een afwijzing worden beschouwd.
  4. Wanneer het bestuur tot toelating van de kandidaat besluit, wordt hij/zij op een lijst van aspirant-leden geplaatst.
  5. Aan lid 4 wordt echter pas toepassing gegeven, indien is voldaan aan de navolgende voorwaarden:
    a. Storting van een eenmalige bijdrage door de kandidaat-leden en aspirant-jeugdleden volgens de tarievenlijst.
    b. Betaling van de dan geldende contributie.
  6. Indien de kandidaat-leden nog voor hun toelating als aspirant-lid kunnen beschikken over een ligplaats, zal de in lid 5 bedoelde eenmalige bijdrage moeten zijn voldaan alvorens de ligplaats wordt ingenomen.
  7. Het aspirant-lid kan pas lid, jeugdlid dan wel buitengewoon lid worden indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
    a. Na een periode van 10 maanden waarin aan de verenigingsactiviteiten en –verplichtingen is deelgenomen.
    b. Behoudens vrijstelling van het bestuur aanwezigheid op de algemene ledenvergadering, waarin het beoogde lid aan de leden kan worden voorgesteld.
  8. Zolang door het bestuur nog niet is beslist over het lidmaatschap van een aspirant-lid wordt hij/zij behandeld als ware er sprake van lidmaatschap.
  9. Indien het bestuur besluit om het aspirant-lid niet toe te laten als lid, dan zal de betaling als bedoeld in lid 5, onder a, worden terugbetaald zonder rentevergoeding.
     
HET HERNIEUWEN VAN HET LIDMAATSCHAP
Artikel 3 1. Een lid, dat zich van de ledenlijst heeft doen afvoeren, kan opnieuw als lid worden aangenomen, doch zal dan aan alle voorwaarden moeten voldoen, welke aan nieuwe leden worden gesteld.
  2. In afwijking van het gestelde in lid 1 zijn leden, die hun lidmaatschap hebben beëindigd maar zich wel hebben aangemeld als donateur, geen eenmalige bijdrage verschuldigd als bedoeld in artikel 8, lid 3, van de Statuten.
     
DE RECHTEN VAN NABESTAANDEN VAN LEDEN
Artikel 4 1. Bij overlijden van een lid kan één nabestaande in de eerste graad zo hij/zij dit wenst in de rechten en plichten van de overledene treden.
     
DE RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE LEDEN EN DE GEBRUIKERS
Artikel 5 1. Ieder lid heeft recht op het uitsluitend gebruik van de hem toegewezen ligplaats, behoudens het beschikken over de ligplaats door of namens het bestuur indien en voor zolang het lid zijn ligplaats niet voor zijn eigen boot gebruikt. Hij zal aan zijn ligplaats geen veranderingen of aanvullingen aanbrengen, tenzij hiertoe toestemming is verkregen van het bestuur.
  2. In afwijking van het gestelde in lid 1 zijn leden, die hun lidmaatschap hebben beëindigd maar zich wel hebben aangemeld als donateur, geen eenmalige bijdrage verschuldigd als bedoeld in artikel 8, lid 3, van de statuten.
     
DE RECHTEN VAN NABESTAANDEN VAN LEDEN
Artikel 6 1. Bij overlijden van een lid kan één nabestaande in de eerste graad zo hij/zij dit wenst in de rechten en plichten van de overledene treden.
     
DE RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE LEDEN EN DE GEBRUIKERS
Artikel 7 1. Ieder lid heeft recht op het uitsluitend gebruik van de hem toegewezen ligplaats, behoudens het beschikken over de ligplaats door of namens het bestuur indien en voor zolang het lid zijn ligplaats niet voor zijn eigen boot gebruikt. Hij zal aan zijn ligplaats geen veranderingen of aanvullingen aanbrengen, tenzij hiertoe toestemming is verkregen van het bestuur.
  2. Is ten gevolge van een verandering of aanvulling de waarde van de ligplaats verminderd, dan zal de schade door het betreffende lid aan de vereniging worden vergoed.
     
Artikel 6 1. Het bestuur beslist over en is verantwoordelijk voor het onderhoud van en de eventuele vernieuwingen in de jachthaven.
  2. Ingeval in of aan een ligplaats belangrijke schade ontstaat of dreigt te ontstaan, of gevaar dreigt van ernstige hinder voor de andere gebruikers, dient de betrokken gebruiker een bestuurslid of de havenmeester hiervan onverwijld in kennis te stellen.
     
Artikel 7 1. De leden en gebruikers zijn verplicht zich te onthouden van een dusdanig gebruik van de haven of delen daarvan, dat hinder of gevaar voor medeleden of medegebruikers ontstaat; in het bijzonder is het verboden in de haven met een snelheid van meer dan 5 km per uur te varen. Het vissen dient te geschieden zonder hinder voor anderen.
  2. Het is verboden op het terrein der jachthaven:
  • Open vuren te hebben met uitzondering van barbecues op de wal (dus ook niet op de steigers);
  • Vaartuigen en/of goederen op de wal te doen liggen anders dan op de daartoe bestemde plaatsen.
     
Artikel 8 1. Bij verandering van het adres zijn de leden verplicht hiervan met spoed schriftelijk aan de secretaris mededeling te doen.
     
Artikel 9 1. Iedere gebruiker van de jachthaven is gehouden aan de aanwijzingen van een bestuurslid, dan wel van de havenmeester loyaal gevolg te geven.
     
BIJZONDERE BEPALINGEN INZAKE DE EIGENDOM VAN SCHEPEN EN RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE EIGENAREN.
Artikel 10 1. Indien een schip eigendom is van personen, die een huwelijk/geregistreerdpartnerschap zijn aangegaan, wordt bij de toelating via de Commissie van Introductie vastgelegd wie van hen wordt geregistreerd als lid. Op hem/haar zijn alle rechten en plichten als lid van toepassing. Het bestuur dan wel een daartoe aangewezen commissie kan op verzoek van het lid bepalen, dat een deel van deze rechten en plichten wordt uitgeoefend door de partner van het lid.
  2. Indien een schip eigendom is van meerdere leden, dan zijn deze elk verantwoordelijk voor de rechten en plichten van de eigenaren, met dien verstande dat één der leden moet worden aangewezen als houder van de ligplaats met de daaruit voortvloeiende rechten en plichten.
  3. Indien een schip eigendom is van meerdere personen, waarvan er slechts één lid is van de vereniging, dan is dat lid volledig verantwoordelijk voor de daaruit voortvloeiende rechten en plichten; deze kunnen niet worden overgedragen aan een mede-eigenaar, niet zijnde lid van de vereniging.
     
DE JAARLIJKSE BIJDRAGEN
Artikel 11 1. In de gezamenlijke kosten en lasten wordt door de ligplaats houdende leden bijgedragen in verhouding tot de grootte van de bij hen in gebruik zijnde box (prijs per m2). Wijzigingen in de boxmaten leiden tot pro rata verhoging of verlaging van deze bijdrage. Indien de aanvang van het gebruik van een ligplaats niet valt op 1 april, dan wordt de bijdrage voor dat kalenderjaar als volgt berekend:
   
  • Aanvang voor 1 juli
: het volle bedrag
   
  • Aanvang op 1 juli tot 1 september
: 3/4 van het volle bedrag
   
  • Na 1 september
: 5 maanden
   
  • Na 1 oktober
: 4 maanden
   
  • Na 1 november
: 3 maanden
   
  • Na 1 december
: 2 maanden
  2. Wordt een ligplaats opgezegd na 1 december dan heeft de betrokkene slechts recht op restitutie van de helft van het liggeld bij ontruiming voor 1 juni. Bij ontruiming na 1 juni vindt geen restitutie plaats.
     
DE BEGROTING EN DE EXPLOITATIEREKENING
Artikel 12 1. Van de baten en lasten zal telken jare door de penningmeester een begroting worden ontworpen en ter vaststelling aan de jaarlijks in het najaar te houden algemene vergadering worden voorgelegd.
  2. Met ingang van een datum door het bestuur te bepalen zal door ieder der ligplaats houdende leden t.b.v. de kas van de vereniging jaarlijks aan de penningmeester worden overgemaakt zijn omslag in voormeld begroot bedrag der lasten.
Deze omslag zal jaarlijks in de vergadering, bedoeld in lid 1 van dit artikel, worden vastgelegd.
Aan het eind van elk boekjaar, hetwelk gelijk is aan het kalenderjaar, wordt door de penningmeester een exploitatierekening opgemaakt over het afgelopen jaar.
Artikel 13 1. Het bestuur zal kunnen besluiten tot belegging van de geldmiddelen op lange termijn, welke belegging echter niet anders zal mogen geschieden dan op de wijze als aangegeven is in de beleggingswet.
  2. De waardepapieren zullen moeten worden bewaard in een safeloket bij een solide op de rekening van het fonds.
Artikel 14 1. Betalingen geschieden binnen 30 dagen na dagtekening van de nota door overschrijving op rekening 375956182 van W.S.V. blinckvliet bij de Rabobank.
  2. Bij gebreke van tijdige betaling wordt een aanmaning gestuurd met daarbij de verplichting om alsnog binnen 14 dagen te betalen. In geval van zodanige aanmaning worden de kosten verhoogd met een toeslag administratiekosten volgens de tarievenlijst.
  3. Het bestuur kan in bijzondere gevallen besluiten om in zowel individuele als wel algemene
gevallen deze toeslag anderszins vast te stellen.
  • Bij betaling na het vervallen van de betalingstermijn en bij betaling na toezending van een 1e aanmaning wordt een boete opgelegd volgens de tarievenlijst.
  • Bij het niet tijdig betalen na-, en/of van, de 1e aanmaning volgt een 2e aanmaning waarbij de toeslag wordt verhoogd met 20% van de oorspronkelijke nota.
  4. Het bestuur kan besluiten, dat betalingsplicht van contributie, ligplaats en gebruik van elektriciteit in plaats van een specifieke nota kenbaar te maken via het periodieke verenigingsorgaan. In dat geval zal ook de betalingstermijn worden aangegeven en de wijze van verhoging van de nota in geval niet aan die betalingsplicht is voldaan.
  5. Indien in geval van niet tijdige betaling vervallen alle rechten van het desbetreffende lid; de plichten blijven onverkort gehandhaafd.
Artikel 15 1. a. Het bestuur is gerechtigd het haventerrein door de Havencommissie zo vaak als het zulks gewenst acht te laten controleren op orde en netheid. De controle zal worden aangekondigd in Het Spuigat en op het mededelingenbord in het clubgebouw, zulks ten minste twee weken van tevoren.
    b. Als bij een dergelijk controle goederen worden aangetroffen die kennelijk afval zijn, dan kan het bestuur die goederen zonder meer doen afvoeren naar de afvalopslag.
    c. Zijn de aangetroffen goederen geen kennelijk afval, dan komen zij ten beheer van het Bestuur. Het Bestuur zal vervolgens die goederen in bewaring nemen voor rekening en risico van de rechthebbende en deze van een en ander op de hoogte stellen door middel
van Het Spuigat en van het mededelingenbord in het clubgebouw. Het Bestuur behoeft de goederen slechts 1 jaar, te rekenen vanaf de datum van mededeling, in bewaring te houden. Bij verloop van die termijn en zonder dat de eigenaar zich bij de Vereniging heeft gemeld voor ontvangst der goederen worden zij van rechtswege en zonder rechterlijke tussenkomst eigendom van de Vereniging. Indien het goederen betreft die hebben toebehoord aan een overledene, zal mededeling geschieden door middel van een aangetekend schrijven aan de erven. De Vereniging zal nimmer tot teruggave verplicht zijn alvorens de aan de bewaarneming verbonden kosten aan de Vereniging zijn betaald. Teruggave aan de rechthebbende behoeft slechts plaats te vinden indien en voor zover diens rechten zijn aangetoond.
  2. De controle kan mede omvatten het al dan niet rechtmatig zijn van het gebruik van ligplaatsen of ruimten in het water resp. op de wal voor schepen, bijboten, trailers, wiegen, stophout of dergelijke. Het bepaalde in lid 1 van dit artikel is dan overeenkomstig van toepassing.
     
HET BESTUUR
Artikel 16 1. Namens de Vereniging neemt het Bestuur aangeboden geschenken aan of weigert deze. Het doet daarvan mededeling in de eerstvolgende algemene vergadering.
  2. Onverminderd zijn verantwoordelijkheid tegenover de algemene vergadering is het Bestuur bevoegd de behartiging van daartoe naar het oordeel van het Bestuur in aanmerking komende belangen van de Vereniging speciaal op te dragen aan één of meer leden.
  3. Niet geschorste, uit het lidmaatschap niet ontzette, respectievelijk leden wier lidmaatschap niet is opgezegd en die zich over het Bestuur menen te moeten beklagen, of die met het Bestuur verschil van mening hebben over de statuten, het huishoudelijk reglement of
maatregelen van orde of de interpretatie daarvan, kunnen hun klachten schriftelijk tot uiterlijk zeven dagen voor de algemene ledenvergadering indienen bij de secretaris van de Vereniging. Het Bestuur is verplicht deze klachten te behandelen. Zolang de Algemene
Ledenvergadering niet heeft beslist, dienen de leden zich te gedragen naar het oordeel van het Bestuur.
  4. Een plaatsvervangend voorzitter/secretaris/penningmeester treedt op in geval van ontstentenis of belet van de voorzitter /secretaris/penningmeester; hij treedt dan in alle rechten en plichten van de voorzitter, respectievelijk den secretaris, respectievelijk de penningmeester.
  5. Vergaderingen van het Bestuur worden door de voorzitter bijeengeroepen zo dikwijls hij dit nodig oordeelt. Hij is tot zodanige bijeenroeping verplicht indien de meerderheid van de bestuursleden dat van hem verlangt.
     
TAKEN VAN DE SECRETARIS EN VAN DE PENNINGMEESTER
Artikel 17 1. De penningmeester is belast met het financiële beheer en wel in overeenstemming met de besluiten van het Bestuur.
  2. Hij of zij is verplicht de kasmiddelen zo spoedig mogelijk te plaatsen op een giro- en/of bankrekening ten name van de Vereniging, zulks behoudens een klein bedrag aan kasgeld.
  3. De secretaris houdt de notulen van de ledenvergaderingen en van de bestuursvergaderingen bij en schrijft de vergaderingen uit. Hij of zij neemt kennis van alle ingekomen stukken, doet daarvan mededeling aan de voorzitter respectievelijk de plaatsvervangend voorzitter, voert de briefwisseling, houdt afschrift van de verzonden stukken, brengt op de jaarlijkse ledenvergadering in het voorjaar een jaarverslag uit over het afgelopen verenigingsjaar en ondertekent alle officiële mededelingen.
     
DE COMMISSIE VAN ONDERZOEK
Artikel 18 1. Taakomschrijving van de Commissie van Onderzoek (CVO) bedoeld in art. 14 lid 4 van de statuten:
  a.     Zijn de inkomsten en uitgaven behoorlijk gedekt door kasbescheiden?
        Kloppen de inkomsten met het ledenbestand, met de verhuur van ligplaatsen, met de passantenadministratie en met eventuele andere inbare vorderingen/opvorderbare schulden?
        Zijn de aangegane verplichtingen/gedane uitgaven in overeenstemming met de door de Algemene Vergadering vastgestelde begroting?
        Zijn de boekhouding en de bescheiden rekenkundig juist?
    Indien en voor zover naar het oordeel van de CVO de doelmatigheid van het onderzoek dat toelaat, mag het onderzoek steekproefsgewijs plaatsvinden.
  b. De CVO vermeldt in haar rapport aan de Algemene Ledenvergadering haar oordeel over de juistheid van de balans en haar mening of de rekening van het Bestuur een realistische afspiegeling is van de eerder in de begroting voor dat jaar verwachte inkomsten en uitgaven.
  c. Het rapport van de CVO zal uiterlijk 14 dagen voor de betreffende Algemene Vergadering ter kennis van het Bestuur worden gebracht teneinde het Bestuur de gelegenheid te geven zich daarover te beraden.
  2. Geen lid van de Commissie van Onderzoek zal langer deel uitmaken van deze commissie dan ten hoogste 3 jaren; na een jaar kan wel opnieuw een benoeming voor ten hoogste drie jaar volgen.
  3. Indien de goedkeuring, bedoeld in artikel 15 lid 2 onder b der statuten, niet wordt verleend, benoemt de Algemene Vergadering een commissie met het recht om met de Commissie van Onderzoek het exploitatieoverzicht te herzien en namens de Algemene Vergadering opnieuw vast te stellen, goed te keuren alsmede decharge te verlenen.
     
HAVENCOMMISSIE
Artikel 19 1. De havencommissie wordt voor de tijd van 3 jaar op voordracht van het Bestuur door de Algemene Ledenvergadering benoemd. De havencommissie verkiest uit haar midden een voorzitter,
  2. De havencommissie maakt verslag van haar vergaderingen en zendt afschriften aan het bestuur.
  3. In de havencommissie heeft een vertegenwoordiger van het Bestuur zitting.
  4. Alle technische werkzaamheden in de haven worden uitgevoerd met medeweten van de havencommissie.
  5. De voorzitter van de havencommissie informeert de havenmeester over de te verrichten werkzaamheden
  6. Elke zaterdag, welke als werkzaterdag is aangewezen, is ten minste één lid van de havencommissie op de haven aanwezig om het werk te verdelen en gaande te houden; zij dienen vroegtijdig een lijst met uit te voeren werkzaamheden klaar te hebben..
  7. De havencommissie zal de namen van de leden, welke ondanks herhaald verzoek niet komen voor het verlenen van hand en spandiensten, opgeven aan het Bestuur. Het Bestuur zal die leden onmiddellijk schriftelijk op hun tekortkomingen attenderen en een afschrift van dat schrijven aan de havencommissie sturen.
  8. De havencommissie bespreekt in haar vergaderingen de uit te voeren werkzaamheden, waarbij de projectleiders nadere toelichting geven; de havencommissie coördineert de werkzaamheden.
  9. In geval van wijziging in de relatie van de havenmeester tot de vereniging zal het Bestuur vooraf het gevoelen van de havencommissie inwinnen.
     
OVERIGE COMMISSIES
Artikel 20 1. De algemene vergadering kan besluiten tot het instellen van andere commissies dan reeds voorgeschreven in statuten en huishoudelijk reglement (te weten Commissie van Introductie, Commissie van Onderzoek en Havencommissie)
  2. Kandidaatstelling voor een functie in enige commissie worden, voor zover in de statuten niet anders bepaald, voorgedragen vanuit de leden.
  3. Tenzij er in de statuten of huishoudelijk reglement specifieke bepalingen zijn opgenomen geldt het lidmaatschap van een commissie voor 3 jaar. Na afloop hiervan kan het bestuur, al dan niet op voordracht van de commissie, een voorstel doen tot herbenoeming voor een gelijke periode.
     
DE ALGEMENE VERGADERING
Artikel 21 1. Oproepingen voor een algemene vergadering moeten, vergezeld van de agenda en de voorstellen van het Bestuur, ten minste drie weken voor de dag der vergadering worden gedaan, behoudens in spoedeisende gevallen ter beoordeling van het Bestuur. De nadien
door de leden gedane voorstellen moeten dan ten minste 7 dagen voor de dag der vergadering bij aanvullende agenda ter kennis van de leden worden gebracht; laatst bedoelde voorstellen moeten tenminste 2 weken voor de dag der vergadering het Bestuur hebben
bereikt. Voorgaande onverminderd het bepaalde in artikel 19 lid 1 der Statuten.
  2. Het Bestuur beslist of voorstellen, tijdens een vergadering gedaan, al of niet in dezelfde vergadering in behandeling zullen worden genomen. Over voorstellen met belangrijke consequenties kan niet worden beslist wanneer zij niet expliciet op de agenda staan.
     
DE HAVENMEESTER
Artikel 22 1. Het dagelijks toezicht op de jachthaven is opgedragen aan de havenmeester of aan zijn/haar door het Bestuur aan te wijzen plaatsvervanger. Het personeel wordt door het Bestuur aangesteld en ontslagen. Bezoldiging en werkzaamheden worden door het Bestuur vastgesteld. Het Bestuur oefent controle uit op deze werkzaamheden.
     
DE VERZEKERING
Artikel 23 1. De bouwwerken en installaties zullen kunnen worden verzekerd bij een of meer door het Bestuur aan te wijzen verzekeringsmaatschappijen tegen brand waaronder begrepen ontploffingsschade. Voorts zal het Bestuur kunnen besluiten tot het aangaan van verzekeringen tegen andere onheilen, alsmede tegen wettelijke aansprakelijkheid, zowel jegens de vereniging als jegens het bestuur c.q. de bestuursleden.
  2. Het bedrag van de verzekering wordt vastgesteld door het Bestuur. Het zal moeten overeenkomen met de herbouwwaarde van de bouwwerken en installaties, zullende het verzekerde bedrag om de vijf jaar gecontroleerd worden door een deskundige.
     
DE AANSPRAKELIJKHEID
Artikel 24 1. De vereniging is ten opzichte van haar leden respectievelijk gebruikers, niet aansprakelijk in welk opzicht dan ook voor de gevolgen van brand, diefstal, overstroming, of enig ander onheil. De vereniging noch de voor en namens de vereniging optredende personen (zoals leden van het Bestuur, het personeel der vereniging) is/zijn jegens de leden respectievelijk de gebruikers aansprakelijk voor enige fout, verzuim, schuld of opzet van de vereniging en van de voor en namens de vereniging optredende personen.
  2. De leden en de gebruikers zijn gehouden zich deugdelijk te verzekeren tegen wettelijke aanspraklijkheid voor schade toegebracht aan de eigendommen der vereniging of van de leden of van de gebruikers – niet leden – op, aan of in de jachthaven. Het Bestuur heeft het
recht inzage van de polissen te verlangen en kan dit recht delegeren aan de commissie van introductie.
  3. De commissie van introductie is gerechtigd inzage te verlangen in de polis van kandidaatleden en gebruikers.
     
DE VERENIGINGSSTANDAARD
Artikel 25   De algemene standaard voor leden en bijzondere standaard voor ereleden respectievelijk bestuursleden zijn vastgesteld als volgt:
     
    Voor de leden:
Een wimpel waarvan de hijs zich verhoudt tot de lengte als 2 staat tot 3. De punten van de hijs en de beide zijden in drie gelijke delen verdelen zijn verbonden door lijnen, waarvan er steeds twee evenwijdig lopen aan de hijs en aan elk van de zijden. Van de negen gelijke en gelijkvormige, gelijkbenige driehoeken die zo ontstaan zijn de zes, waarvan de tophoek van de hijs is afgekeerd, groen. De overige drie zijn zilver.
     
    Voor de voorzitter:
Een rechthoekige standaard, waarvan de hijs zich verhoudt tot de lengte als 2 staat tot 3. De standaard is verdeeld in groene en zilveren driehoeken gelijk aan die in de wimpel voor de leden.
     
    Voor de overige bestuursleden:
Een standaard, gelijk aan die van de voorzitter, met een zilveren bal in de bovenste en in de onderste groene driehoek aan de hijs.
     
    Zuidland, 17 april 2009.